Naar de inhoud

argumenteren

met argumenten tot een conclusie trachten te komen

argumenteren

werkwoord

Betekenis

  1. met argumenten tot een conclusie trachten te komen

werkwoord

  1. met argumenten staven transitive

Vervoeging van argumenteren

argumenterenhele werkwoord — argumenteerdeverleden tijd enkelvoud — argumenteerdenverleden tijd meervoud — geargumenteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik argumenteer argumenteerde
jij argumenteert argumenteerde
hij, zij, het argumenteert argumenteerde
wij argumenteren argumenteerden
jullie argumenteren argumenteerden
zij argumenteren argumenteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
argumenteer gebiedende wijs
argumenteerde verleden tijd
argumentere aanvoegende wijs
argumenterend onvoltooid, deelwoord
ben geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geargumenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geargumenteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geargumenteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geargumenteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geargumenteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geargumenteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geargumenteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geargumenteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geargumenteerd verleden tijd, deelwoord
geargumenteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geargumenteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geargumenteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geargumenteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geargumenteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geargumenteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geargumenteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geargumenteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geargumenteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geargumenteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geargumenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geargumenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geargumenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geargumenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geargumenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te argumenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geargumenteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen argumenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geargumenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geargumenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geargumenteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geargumenteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geargumenteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geargumenteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geargumenteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geargumenteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geargumenteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen argumenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult argumenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geargumenteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geargumenteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geargumenteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewijsgronden aanvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Woordfamilie van argumenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
argumenteer gebiedende wijs argumenteren
argumenteerde verleden tijd argumenteren
argumenteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon argumenteren
argumenteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon argumenteren
argumentere aanvoegende wijs argumenteren
argumenterend onvoltooid deelwoord argumenteren
argumenterende woordvorm argumenteren
geargumenteerd voltooid deelwoord argumenteren
geargumenteerde woordvorm argumenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van argumenteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over argumenteren

Wat is de betekenis van argumenteren?
Argumenteren is een werkwoord. De betekenis is: met argumenten tot een conclusie trachten te komen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik argumenteren?
Zo vervoeg je argumenteren zo: de tegenwoordige tijd is argumenteer, de verleden tijd is argumenteerde en het voltooid deelwoord is geargumenteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord argumenteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. R 2
  3. G 3
  4. U 4
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

argumenteren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. R 2
  3. G 3
  4. U 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

argumenteren in het kort

argumenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van argumenteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort argumenteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

argumenteren: met argumenten tot een conclusie trachten te komen
Deel argumenteren — standaardnederlands.nl