Naar de inhoud

hogen

hoger maken; hoger doen worden

hogen

werkwoord ˈhoɣə(n)

Betekenis

  1. hoger maken; hoger doen worden

Hoe spreek je hogen uit?

/ˈhoxən/

Hogen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhoxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
o boot
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een afbeelding van hooglichten voorzien transitive

Vervoeging van hogen

hogenhele werkwoord — hoogdeverleden tijd enkelvoud — hoogdenverleden tijd meervoud — gehoogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoog hoogde
jij hoogt hoogde
hij, zij, het hoogt hoogde
wij hogen hoogden
jullie hogen hoogden
zij hogen hoogden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehoogd verleden tijd, deelwoord
gehoogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoge aanvoegende wijs
hogend onvoltooid, deelwoord
hoog gebiedende wijs
hoogde verleden tijd
te hebben gehoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van hoog bn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van hogen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoogd voltooid deelwoord hogen
gehoogde woordvorm hogen
hogend onvoltooid deelwoord hogen
hogende woordvorm hogen
hoogde verleden tijd hogen
hoogden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hogen
hoogt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hogen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hogen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hogen

Hoe spreek je hogen uit?
De uitspraak van hogen is: /ˈhoɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hogen?
Hogen is een werkwoord. Het woord betekent: hoger maken; hoger doen worden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hogen?
Je vervoegt hogen als volgt: de tegenwoordige tijd is hoog, de verleden tijd is hoogde en het voltooid deelwoord is gehoogd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hogen?

In dit woordenboek rijmen 49 woorden op -ogen op hogen, zoals bewogen, vermogen en betogen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hogen, uitspraak ˈhoxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bewogen 3
vermogen 3
betogen 3
mogen 2
ogen 2
aanvoelingsvermogen 6
drijfvermogen 4
bogen 2
zogen 2
verhogen 3
pogen 2
verdrogen 3
aanpassingsvermogen 6
opgetogen 4
doorzettingsvermogen 6
onbewogen 4
vertogen 3
reactievermogen 6
verdienvermogen 5
aangevlogen 4
aangezogen 4
bierviltjesvirologen 7
biologen 4
gehoorvermogen 5
gemogen 3
gevlogen 3
gewogen 3
godsvermogen 4
golfellebogen 5
hoefijzerbogen 5
hoorvermogen 4
karakterologen 6
leprologen 4
modelgevlogen 5
nachtgevlogen 4
oenologen 4
overgevlogen 5
overvlogen 4
paardenogen 4
paleologen 5
Nog 9 rijmwoorden
pneumatologen 5
politologen 5
regenbogen 4
synagogen 4
victimologen 5
vlogen 2
weggevlogen 4
wogen 2
zichtvermogen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hogen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hogen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hogen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hogen in het kort

hogen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hogen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hogen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hogen: hoger maken; hoger doen worden
Deel hogen — standaardnederlands.nl