Naar de inhoud

bogen

~ op: erkenning opeisen voor iets

bogen is meer dan één woord

bogen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈboɣə(n)/

Betekenis

  1. ~ op: erkenning opeisen voor iets

Hoe spreek je bogen uit?

/ˈboxən/

Bogen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈboxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
o boot
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bogen

bogenhele werkwoord — boogdeverleden tijd enkelvoud — boogdenverleden tijd meervoud — geboogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boog boogde
jij boogt boogde
hij, zij, het boogt boogde
wij bogen boogden
jullie bogen boogden
zij bogen boogden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boge aanvoegende wijs
bogend onvoltooid, deelwoord
boog gebiedende wijs
boogde verleden tijd
ev. gebiedende wijs
geboogd verleden tijd, deelwoord
geboogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van buigen

Vervoeging van bogen

bogenhele werkwoord — boogdeverleden tijd enkelvoud — boogdenverleden tijd meervoud — geboogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boog boogde
jij boogt boogde
hij, zij, het boogt boogde
wij bogen boogden
jullie bogen boogden
zij bogen boogden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boge aanvoegende wijs
bogend onvoltooid, deelwoord
boog gebiedende wijs
boogde verleden tijd
ev. gebiedende wijs
geboogd verleden tijd, deelwoord
geboogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geboogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord boog

Herkomst

In de betekenis van ‘pochen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van bogen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boge aanvoegende wijs bogen
bogend onvoltooid deelwoord bogen
bogende woordvorm bogen
boogde verleden tijd bogen
boogden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bogen
boogt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bogen
geboogd voltooid deelwoord bogen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bogen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bogen

Hoe spreek je bogen uit?
De uitspraak van bogen is: /ˈboɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent bogen?
Bogen is een werkwoord. Het woord betekent: ~ op: erkenning opeisen voor iets.
Hoe vervoeg je bogen?
Je vervoegt bogen als volgt: de tegenwoordige tijd is boog, de verleden tijd is boogde en het voltooid deelwoord is geboogd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bogen?

Op bogen rijmen 49 woorden, onder andere bewogen, vermogen en betogen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bogen, uitspraak ˈboxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bewogen 3
vermogen 3
betogen 3
mogen 2
ogen 2
aanvoelingsvermogen 6
drijfvermogen 4
zogen 2
verhogen 3
pogen 2
verdrogen 3
aanpassingsvermogen 6
opgetogen 4
doorzettingsvermogen 6
onbewogen 4
vertogen 3
hogen 2
reactievermogen 6
verdienvermogen 5
aangevlogen 4
aangezogen 4
bierviltjesvirologen 7
biologen 4
gehoorvermogen 5
gemogen 3
gevlogen 3
gewogen 3
godsvermogen 4
golfellebogen 5
hoefijzerbogen 5
hoorvermogen 4
karakterologen 6
leprologen 4
modelgevlogen 5
nachtgevlogen 4
oenologen 4
overgevlogen 5
overvlogen 4
paardenogen 4
paleologen 5
Nog 9 rijmwoorden
pneumatologen 5
politologen 5
regenbogen 4
synagogen 4
victimologen 5
vlogen 2
weggevlogen 4
wogen 2
zichtvermogen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bogen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bogen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bogen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bogen in het kort

bogen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van bogen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bogen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bogen: ~ op: erkenning opeisen voor iets
Deel bogen — standaardnederlands.nl