Naar de inhoud

weren

de toegang ontzeggen

weren is meer dan één woord

weren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de toegang ontzeggen
  2. een aanval afslaan
  3. zich ~: zich verdedigen
  4. zich ~: zich inspannen

Vervoeging van weren

werenhele werkwoord — weerdeverleden tijd enkelvoud — weerdenverleden tijd meervoud — geweerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weer weerde
jij weert weerde
hij, zij, het weert weerde
wij weren weerden
jullie weren weerden
zij weren weerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geweerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geweerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geweerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geweerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geweerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geweerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geweerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geweerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geweerd verleden tijd, deelwoord
geweerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geweerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geweerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geweerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geweerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geweerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te weren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geweerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geweerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geweerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weer gebiedende wijs
weer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
weer u/je , weert je gebiedende wijs
weerde verleden tijd
weerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
weerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
weerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
weerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
weerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
weerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
weerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
weerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
weerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
weerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
weert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
weert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
weert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
weert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
weert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
weert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
werd geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geweerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
were aanvoegende wijs
were zich aanvoegende wijs
weren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
weren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
weren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
werend onvoltooid, deelwoord
word geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geweerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geweerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me weren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal weren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich weren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je weren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geweerd hebben verleden tijd
zich werend onvoltooid, deelwoord
zijn geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geweerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geweerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geweerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geweerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord weer

Herkomst

In de betekenis van ‘tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in 1050

Woordfamilie van weren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geweerd voltooid deelwoord weren
geweerde woordvorm weren
weerde verleden tijd weren
weerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weren
weert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weren
were aanvoegende wijs weren
werend onvoltooid deelwoord weren
werende woordvorm weren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over weren

Wat is de betekenis van weren?
Weren is een werkwoord. De betekenis is: de toegang ontzeggen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik weren?
Zo vervoeg je weren zo: de tegenwoordige tijd is weer, de verleden tijd is weerde en het voltooid deelwoord is geweerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weren telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

weren in het kort

weren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van weren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort weren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

weren: de toegang ontzeggen
Deel weren — standaardnederlands.nl