geweer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een draagbaar vuurwapen dat met twee handen moet worden bediend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geweertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geweertjes | verkleinwoord, meervoud |
| geweren | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘handvuurwapen’ voor het eerst aangetroffen in 1771
Woordfamilie van geweer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geweertje | verkleinwoord | geweer |
| geweertjes | verkleinwoord meervoud | geweer |
| geweren | meervoud | geweer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geweer zijn vastgelegd.