weerstreven
werkwoordBetekenis
- tegenstreven, tegenwerken
Vervoeging van weerstreven
weerstrevenhele werkwoord — weerstreefdeverleden tijd enkelvoud — weerstreefdenverleden tijd meervoud — weerstreefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | weerstreef | weerstreefde |
| jij | weerstreeft | weerstreefde |
| hij, zij, het | weerstreeft | weerstreefde |
| wij | weerstreven | weerstreefden |
| jullie | weerstreven | weerstreefden |
| zij | weerstreven | weerstreefden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weerstreefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weerstreefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weerstreefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weerstreefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weerstreefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weerstreefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weerstreefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weerstreefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weerstreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weerstreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weerstreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weerstreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weerstreefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weerstreefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te weerstreven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weerstreven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weerstreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weerstreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weerstreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weerstreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weerstreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weerstreef | gebiedende wijs |
| weerstreefd | verleden tijd, deelwoord |
| weerstreefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weerstreefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weerstreefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weerstreefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weerstreefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weerstreefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weerstreefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weerstreefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weerstreefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weerstreefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weerstreefde | verleden tijd |
| weerstreve | aanvoegende wijs |
| weerstrevend | onvoltooid, deelwoord |
| werd weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weerstreefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weerstreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt weerstreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weerstreefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weerstreven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult weerstreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weerstreefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weerstreefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weerstreven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Samenstelling van weer (tegen) en streven
Woordfamilie van weerstreven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weerstreef | gebiedende wijs | weerstreven |
| weerstreefd | voltooid deelwoord | weerstreven |
| weerstreefde | verleden tijd | weerstreven |
| weerstreefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weerstreven |
| weerstreeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | weerstreven |
| weerstreve | aanvoegende wijs | weerstreven |
| weerstrevend | onvoltooid deelwoord | weerstreven |
| weerstrevende | woordvorm | weerstreven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerstreven zijn vastgelegd.