werf
zelfstandig naamwoord, werkwoord /wɛr(ə)f/Betekenis
- een scheepswerf
- een plaats waar goederen gestapeld liggen
- (België) een bouwterrein
- maal, keer
- aanwerven, in dienst nemen
Hoe spreek je werf uit?
/wɛrəf/
Werf bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een bouwterrein
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werfjes | verkleinwoord, meervoud |
| werven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van werven
- gebiedende wijs van werven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van werven
Vervoeging van werf
werfhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘werkplaats voor schepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Woordfamilie van werf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werfje | verkleinwoord | werf |
| werfjes | verkleinwoord meervoud | werf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werf zijn vastgelegd.