Naar de inhoud

hoeden

een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden

hoeden is meer dan één woord

hoeden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhudə(n)

Betekenis

  1. een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden
  2. zich ~ voor zorgen dat een bedreiging geen werkelijkheid wordt

Hoe spreek je hoeden uit?

/ˈhudən/

Hoeden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
u boek
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hoeden

hoedenhele werkwoord — hoeddeverleden tijd enkelvoud — hoeddenverleden tijd meervoud — gehoedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoed hoedde
jij hoedt hoedde
hij, zij, het hoedt hoedde
wij hoeden hoedden
jullie hoeden hoedden
zij hoeden hoedden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehoed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehoed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehoed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehoed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehoed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehoed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehoed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehoed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehoed verleden tijd, deelwoord
gehoed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehoed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehoed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehoed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehoed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehoed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehoed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoed gebiedende wijs
hoed me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hoed u/je , hoedt je gebiedende wijs
hoedde verleden tijd
hoedde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hoedde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
hoedde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hoedde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hoedde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
hoedde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hoedde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hoedden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hoedden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
hoedden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
hoede aanvoegende wijs
hoede zich aanvoegende wijs
hoeden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hoeden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hoeden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hoedend onvoltooid, deelwoord
hoedt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hoedt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hoedt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
hoedt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hoedt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hoedt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
is gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehoed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hoeden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hoeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehoed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me hoeden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich hoeden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je hoeden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gehoed hebben verleden tijd
zich hoedend onvoltooid, deelwoord
zijn gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hoed

Herkomst

In de betekenis van ‘beschermen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van hoeden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoed voltooid deelwoord hoeden
gehoede woordvorm hoeden
hoedde verleden tijd hoeden
hoedden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hoeden
hoedend onvoltooid deelwoord hoeden
hoedende woordvorm hoeden
hoedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hoeden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoeden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hoeden

Hoe spreek je hoeden uit?
De uitspraak van hoeden is: /ˈhudə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hoeden?
Hoeden is een werkwoord. Het woord betekent: een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hoeden?
Je vervoegt hoeden als volgt: de tegenwoordige tijd is hoed, de verleden tijd is hoedde en het voltooid deelwoord is gehoed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hoeden?

In dit woordenboek rijmen 9 woorden op -oeden op hoeden, zoals voeden, bloeden en broeden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hoeden, uitspraak ˈhudən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeden 2
bloeden 2
broeden 2
vermoeden 3
vergoeden 3
behoeden 3
joeden 2
levensmoeden 4
wederspoeden 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hoeden is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hoeden levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hoeden telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hoeden in het kort

hoeden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hoeden zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hoeden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hoeden: een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden
Deel hoeden — standaardnederlands.nl