Naar de inhoud

broeden

een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden

broeden

werkwoord /'bru.də(n)/

Betekenis

  1. een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden
  2. op: (een plan) in het geheim beramen, uitdenken

Hoe spreek je broeden uit?

/ˈbrudən/

Broeden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbrudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
r rood
u boek
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ op: (een plan) in het geheim beramen, uitdenken

Vervoeging van broeden

broedenhele werkwoord — broeddeverleden tijd enkelvoud — broeddenverleden tijd meervoud — gebroedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik broed broedde
jij broedt broedde
hij, zij, het broedt broedde
wij broeden broedden
jullie broeden broedden
zij broeden broedden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
broed gebiedende wijs
broedde verleden tijd
broede aanvoegende wijs
broedend onvoltooid, deelwoord
er is gebroed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebroed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebroed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebroed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebroed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebroed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebroed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebroed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebroed verleden tijd, deelwoord
gebroed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebroed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebroed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebroed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebroed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebroed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebroed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebroed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebroed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebroed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebroed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te broeden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebroed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen broeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt broeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebroed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen broeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult broeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebroed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘op eieren zitten’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van broeden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
broedde verleden tijd broeden
broedden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon broeden
broede aanvoegende wijs broeden
broedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon broeden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broeden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over broeden

Hoe spreek je broeden uit?
De uitspraak van broeden is: /'bru.də(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent broeden?
Broeden is een werkwoord. Het woord betekent: een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je broeden?
Je vervoegt broeden als volgt: de tegenwoordige tijd is broed, de verleden tijd is broedde en het voltooid deelwoord is gebroed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op broeden?

In dit woordenboek rijmen 9 woorden op -oeden op broeden, zoals voeden, bloeden en vermoeden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op broeden, uitspraak ˈbrudən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeden 2
bloeden 2
vermoeden 3
hoeden 2
vergoeden 3
behoeden 3
joeden 2
levensmoeden 4
wederspoeden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord broeden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

broeden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

broeden telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

broeden in het kort

broeden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van broeden zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort broeden bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

broeden: een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden
Deel broeden — standaardnederlands.nl