voeder
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- voer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voeders | meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die voert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voeders | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voederen
- gebiedende wijs van voederen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voederen
Vervoeging van voeder
voederhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘voedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1160
Woordfamilie van voeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voeders | meervoud | voeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voeder zijn vastgelegd.