verkrachting
zelfstandig naamwoord vərˈkrɑxtɪŋBetekenis
- gewelddaad die leidt tot het seksueel binnendringen van de vagina of anus (met de penis of een voorwerp) tegen de zin in van het slachtoffer
- (Nederlands Wetboek van Strafrecht, § 242) door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
- (Belgisch Wetboek van Strafrecht, § 375) elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt
- ernstige overtreding of schending (van de wetten, rechtsstaat e.d.)
- door een slechte opvoering bederven (van een toneelstuk, e.d.)
Hoe spreek je verkrachting uit?
/vərˈkrɑxtɪŋ/
Verkrachting bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand [dwingen] tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
- elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verkrachtingen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands vercrachtinge / vercrachtinghe, Naamwoord van handeling van verkrachten met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van verkrachting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkrachtingen | meervoud | verkrachting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkrachting zijn vastgelegd.