truck
zelfstandig naamwoord /trʏk/Betekenis
- vrachtauto waarvan de aanhangwagen op een draaibaar onderstel zit
- het zelfrijdende deel van een vrachtwagen-opleggercombinatie
- open vrachtwagen
Hoe spreek je truck uit?
/trʏk/
Truck bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als trùk.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| truckje | verkleinwoord, enkelvoud |
| truckjes | verkleinwoord, meervoud |
| trucks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vrachtwagen’ voor het eerst aangetroffen in 1931
Woordfamilie van truck
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| truckje | verkleinwoord | truck |
| truckjes | verkleinwoord meervoud | truck |
| trucks | meervoud | truck |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van truck zijn vastgelegd.