bovenstuk
zelfstandig naamwoord ˈbovə(n)ˌstʏkBetekenis
- bovenste stuk van een uit meerdere delen samengesteld voorwerp
Hoe spreek je bovenstuk uit?
/ˈbovənˌstʏk/
Bovenstuk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bovenstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bovenstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| bovenstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boven en stuk
Woordfamilie van bovenstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bovenstukje | verkleinwoord | bovenstuk |
| bovenstukjes | verkleinwoord meervoud | bovenstuk |
| bovenstukken | meervoud | bovenstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenstuk zijn vastgelegd.