ruk
werkwoord, zelfstandig naamwoord rʏkBetekenis
- een snelle trekkende beweging.
- in één periode zonder onderbreking.
- knor, het geluid van een varken
Hoe spreek je ruk uit?
/rʏk/
Ruk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rukken
- gebiedende wijs van rukken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rukken
Vervoeging van ruk
rukhele werkwoord
zelfstandig naamwoord — masculine
- nelle, plotselinge, korte beweging (waardoor iets met een schok van zijn plaats bewogen of getrokken wordt), een verandering van de versnelling (d³x/dt³)
Woordfamilie van ruk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rukje | woordvorm | ruk |
| rukjes | meervoud | ruk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruk zijn vastgelegd.