trommelslager
zelfstandig naamwoord ˈtrɔməlˌslaxərBetekenis
- bespeler van een trommel, een rond slaginstrument, bespannen met een vel
Hoe spreek je trommelslager uit?
/ˈtrɔməlˌslaxər/
Trommelslager bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trommelslagers | meervoud |
| trommelslagertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trommelslagertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstellende afleiding van trommel en slaan met het achtervoegsel -er, op een vergelijkbare manier als touwslager
Woordfamilie van trommelslager
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trommelslagers | meervoud | trommelslager |
| trommelslagertje | verkleinwoord | trommelslager |
| trommelslagertjes | verkleinwoord meervoud | trommelslager |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trommelslager zijn vastgelegd.