tegoed
zelfstandig naamwoord təˈɣutBetekenis
- (financiële) middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken
Hoe spreek je tegoed uit?
/təˈxut/
Tegoed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tegoeden | meervoud |
| tegoedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tegoedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van te vz en goed zn
Woordfamilie van tegoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegoeden | meervoud | tegoed |
| tegoedje | verkleinwoord | tegoed |
| tegoedjes | verkleinwoord meervoud | tegoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegoed zijn vastgelegd.