loet
zelfstandig naamwoord /lu:t/Betekenis
- stuk gereedschap met een steel waarmee men schept of krabt
Hoe spreek je loet uit?
/lut/
Loet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| u | boek |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loeten | meervoud |
| loetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| loetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Ontwikkeld uit Middelnederlands loete, loet, uit een oudere Germaanse vorm *lotia (ook geleend in het Frans als louche v “pollepel”). In de betekenis van ‘werktuig om mee te schrapen of krabben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1250.
Woordfamilie van loet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loeten | meervoud | loet |
| loetje | verkleinwoord | loet |
| loetjes | verkleinwoord meervoud | loet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loet zijn vastgelegd.