stoet
zelfstandig naamwoord stutBetekenis
- een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
- een grote hoeveelheid
- optocht
- dekhengst, ram
Hoe spreek je stoet uit?
/stut/
Stoet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| u | boek |
zelfstandig naamwoord — masculine
- groep mensen of dieren die in een lange rij in een bepaalde richting verplaatsen
- grote hoeveelheid figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoeten | enkelvoud |
| stoetje | verkleinwoord |
| stoetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vloerbrood gemaakt uit hogere kwaliteit meel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoeten | enkelvoud |
| stoetje | verkleinwoord |
| stoetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordfamilie van stoet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoeten | enkelvoud | stoet |
| stoetje | verkleinwoord | stoet |
| stoetjes | verkleinwoord | stoet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoet zijn vastgelegd.