bloed
zelfstandig naamwoord, werkwoord blutBetekenis
- lichaamsvocht dat rondstroomt in de slagaderen en aderen ter verspreiding van zuurstof en andere voor de levensprocessen onontbeerlijke stoffen
- (enkel als verkleinwoord: bloedjes) in bloedjes van kinderen: kinderen van mijn eigen vlees en bloed
- (enkel als datief: bloede) in in koelen bloede, van den bloede en van koninklijken bloede
- sukkel
- heel erg, als eerste deel in samenstellingen dat de heftigheid van het tweede deel benadrukt
Hoe spreek je bloed uit?
/blut/
Bloed bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als bloedt.
zelfstandig naamwoord — neuter
- in bloedjes van kinderen: kinderen van mijn eigen vlees en bloed
- in in koelen bloede, van den bloede en van koninklijken bloede
- heel erg, als eerste deel in samenstellingen dat de heftigheid van het tweede deel benadrukt Kan in spreektaal soms nog verder worden versterkt door de vorm "bloedje-" te gebruiken. intensifier, prefix
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloeden | meervoud |
| bloedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bloedjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
- gebiedende wijs van bloeden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden
Vervoeging van bloed
bloedhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘vloeistof in aderen’ voor het eerst aangetroffen in 901.
Woordfamilie van bloed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloedje | verkleinwoord | bloed |
| bloedjes | verkleinwoord meervoud | bloed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloed zijn vastgelegd.