tegoedbon
zelfstandig naamwoord təˈɣudbɔnBetekenis
- Bon met vermelding van het bedrag dat bij een volgende aankoop als korting wordt gegeven.
Hoe spreek je tegoedbon uit?
/təˈxudbɔn/
Tegoedbon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| u | boek |
| d | dak |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- klein papieren bewijs met vermelding van het bedrag dat bij een volgende aankoop als korting wordt gegeven
- klein papieren bewijs met vermelding van een voorwerp of dienst waarvoor het kan worden ingewisseld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (tegoedbons) | meervoud |
| tegoedbonnen | meervoud |
| tegoedbonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tegoedbonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tegoed zn en bon zn
Woordfamilie van tegoedbon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegoedbonnen | meervoud | tegoedbon |
| tegoedbonnetje | verkleinwoord | tegoedbon |
| tegoedbonnetjes | verkleinwoord meervoud | tegoedbon |
| tegoedbons | meervoud | tegoedbon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegoedbon zijn vastgelegd.