overkomen
werkwoord ˌovərˈkomə(n)Betekenis
- aan iemand iets ~: getroffen worden door een bepaalde gebeurtenis.
- een bepaalde gebeurtenis meemaken
- de andere kant bereiken.
- meest onbedoeld een bepaalde indruk wekken op iemand anders.
Hoe spreek je overkomen uit?
/ˌovərˈkomən/
Overkomen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| m | maan |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van overkomen
overkomenhele werkwoord — overkomenvoltooid deelwoord
Vervoeging van overkomen
overkomenhele werkwoord — overgekomenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwam over | verleden tijd |
| overgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| óverkomen | canonical |
Herkomst
samenstelling van over bw en komen ww
Woordfamilie van overkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom over | woordvorm | overkomen |
| kome over | woordvorm | overkomen |
| komen over | woordvorm | overkomen |
| komt over | woordvorm | overkomen |
| kwam over | verleden tijd | overkomen |
| kwamen over | woordvorm | overkomen |
| overgekomen | voltooid deelwoord | overkomen |
| overkom | woordvorm | overkomen |
| overkome | with-subordinate-clause | overkomen |
| overkomend | woordvorm | overkomen |
| overkomende | woordvorm | overkomen |
| overkomt | woordvorm | overkomen |
| overkwam | verleden tijd | overkomen |
| overkwamen | woordvorm | overkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overkomen zijn vastgelegd.