dromen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdromə(n)Betekenis
- het ervaren van een reeks van gebeurtenissen of beelden, terwijl je slaapt
- dromen over: het zich iets voorstellen van iets dat men graag wil zien gebeuren
- met je gedachten ergens anders zijn
- dromen van:hopen op
Hoe spreek je dromen uit?
/ˈdromən/
Dromen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ervaren van een reeks van gebeurtenissen of beelden, terwijl je slaapt unergative
Vervoeging van dromen
dromenhele werkwoord — droomdeverleden tijd enkelvoud — droomdenverleden tijd meervoud — gedroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | droom | droomde |
| jij | droomt | droomde |
| hij, zij, het | droomt | droomde |
| wij | dromen | droomden |
| jullie | dromen | droomden |
| zij | dromen | droomden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drome | aanvoegende wijs |
| dromend | onvoltooid, deelwoord |
| droom | gebiedende wijs |
| droomde | verleden tijd |
| er is gedroomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedroomd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedroomd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedroomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedroomd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedroomd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedroomd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedroomd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedroomd | verleden tijd, deelwoord |
| gedroomd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedroomd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dromen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dromen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dromen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord droom
Herkomst
van Middelnederlands dromen, op te vatten als afgeleid van droom zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘een droom hebben’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van dromen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drome | aanvoegende wijs | dromen |
| dromend | onvoltooid deelwoord | dromen |
| dromende | woordvorm | dromen |
| droomde | verleden tijd | dromen |
| droomden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dromen |
| droomt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dromen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dromen zijn vastgelegd.