stroomlijn
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- denkbeeldige kromme lijn die de richting van de stroming in een vloeistof of gas aangeeft
- vorm van een auto, vliegtuig e.d. die een zo gering mogelijke luchtweerstand waarborgt.
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stroomlijnen
- gebiedende wijs van stroomlijnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stroomlijnen
Vervoeging van stroomlijn
stroomlijnhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van stroom en lijn
Woordfamilie van stroomlijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stroomlijntje | woordvorm | stroomlijn |
| stroomlijntjes | meervoud | stroomlijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stroomlijn zijn vastgelegd.