stroomregelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- instrument om de grootte van een elektrische stroom te regelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stroomregelaars | meervoud |
| stroomregelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stroomregelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stroom en regelaar
Woordfamilie van stroomregelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stroomregelaars | meervoud | stroomregelaar |
| stroomregelaartje | verkleinwoord | stroomregelaar |
| stroomregelaartjes | verkleinwoord meervoud | stroomregelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stroomregelaar zijn vastgelegd.