romen
werkwoord ˈromə(n)Betekenis
- van melk: bovenop een laag vormen die relatief veel vet bevat
- van andere vloeistoffen dan melk: bovenop een laag schuim vormen
- zorgen dat bovenop melk een vettere laag ontstaat om die er vanaf te scheppen
- de vettere laag van de melk afscheppen
Hoe spreek je romen uit?
/ˈromən/
Romen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van romen
romenhele werkwoord — roomdeverleden tijd enkelvoud — roomdenverleden tijd meervoud — geroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | room | roomde |
| jij | roomt | roomde |
| hij, zij, het | roomt | roomde |
| wij | romen | roomden |
| jullie | romen | roomden |
| zij | romen | roomden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geroomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geroomd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geroomd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geroomd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geroomd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geroomd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geroomd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geroomd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroomd | verleden tijd, deelwoord |
| geroomd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroomd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroomd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroomd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroomd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroomd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroomd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroomd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroomd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroomd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rome | aanvoegende wijs |
| romend | onvoltooid, deelwoord |
| room | gebiedende wijs |
| roomde | verleden tijd |
| te hebben geroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te romen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen romen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geroomd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geroomd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroomd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt romen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen romen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroomd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroomd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult romen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van room zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van romen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geroomd | voltooid deelwoord | romen |
| geroomde | woordvorm | romen |
| rome | aanvoegende wijs | romen |
| romend | onvoltooid deelwoord | romen |
| romende | woordvorm | romen |
| roomde | verleden tijd | romen |
| roomden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | romen |
| roomt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | romen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van romen zijn vastgelegd.