binnenkomen
werkwoord ˈbɪnə(n)ˌkomə(n)Betekenis
- een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)
- geld ontvangen op een bankrekening
Hoe spreek je binnenkomen uit?
/ˈbɪnənˌkomən/
Binnenkomen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van binnenkomen
binnenkomenhele werkwoord — kwam binnenverleden tijd enkelvoud — kwamen binnenverleden tijd meervoud — binnengekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom binnen | kwam binnen |
| jij | komt binnen | kwaamt binnen |
| hij, zij, het | komt binnen | kwam binnen |
| wij | komen binnen | kwamen binnen |
| jullie | komen binnen | kwamen binnen |
| zij | komen binnen | kwamen binnen |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| binnengekomen | verleden tijd, deelwoord |
| binnengekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnenkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenkomend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| binnenkwam | bijzin, verleden tijd |
| binnenkwamen | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom binnen | gebiedende wijs |
| kwam binnen | verleden tijd |
| te zijn binnengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnenkomen binnen zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult binnenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult binnenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal binnenkomen binnen zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van binnen en komen
Woordfamilie van binnenkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengekomen | voltooid deelwoord | binnenkomen |
| binnenkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenkomen |
| binnenkome | with-subordinate-clause | binnenkomen |
| binnenkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenkomen |
| binnenkwam | subordinate-clause, verleden tijd | binnenkomen |
| binnenkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | binnenkomen |
| kom binnen | gebiedende wijs | binnenkomen |
| kome binnen | woordvorm | binnenkomen |
| komen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenkomen |
| komt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenkomen |
| kwam binnen | verleden tijd | binnenkomen |
| kwamen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenkomen zijn vastgelegd.