stof
zelfstandig naamwoord, werkwoord stɔfBetekenis
- materiaal, chemische verbinding
- weefsel, textiel
- heel kleine deeltjes
Hoe spreek je stof uit?
/stɔf/
Stof bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- datgene wat geleerd moet worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoffen | meervoud |
| stofje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stofjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- verzameling heel kleine deeltjes
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
- gebiedende wijs van stoffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
Vervoeging van stof
stofhele werkwoord
Woordfamilie van stof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stofje | verkleinwoord | stof |
| stofjes | verkleinwoord meervoud | stof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stof zijn vastgelegd.