stoethaspel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onhandig of lomp persoon die veel brokken maakt
zelfstandig naamwoord — masculine
- een onhandig en/of lomp persoon die veel brokken maakt pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoethaspels | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘onhandig mens’ voor het eerst aangetroffen in 1786
Woordfamilie van stoethaspel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoethaspels | meervoud | stoethaspel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoethaspel zijn vastgelegd.