mof
zelfstandig naamwoord mɔfBetekenis
- scheldnaam voor een Duitser
- met bont gevoerde koker om de handen warm te houden
- losse, wollen mouw, gebruikt als armbekleding
- koker om twee buizen in hun lengterichting op elkaar aan te sluiten
- verwijd uiteinde van een buis waarin een aansluitende buis past
- soort grote metselsteen
Hoe spreek je mof uit?
/mɔf/
Mof bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Duitser, met name veel gebruikt om te verwijzen naar de Duitse bezetter ten tijde van de Tweede Wereldoorlog pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moffen | enkelvoud |
| mofje | verkleinwoord |
| mofjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moffen | enkelvoud |
| mofje | verkleinwoord |
| mofjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moffen | enkelvoud |
| mofje | verkleinwoord |
| mofjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordfamilie van mof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moffen | enkelvoud | mof |
| mofje | verkleinwoord | mof |
| mofjes | verkleinwoord | mof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mof zijn vastgelegd.