apostrof
zelfstandig naamwoord ˌapɔsˈtrɔfBetekenis
- typografisch teken, lijkend op een komma maar hoger geplaatst
- wending in een betoog waarbij men zich opeens direct richt tot een ander dan het eigenlijke publiek
- weglatingsteken
Hoe spreek je apostrof uit?
/ˌapɔsˈtrɔf/
Apostrof bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| f | fiets |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- leesteken lijkend op een komma maar hoger geplaatst
- stijlfiguur waarbij de redenaar zich opeens direct richt tot een ander dan het eigenlijke publiek, meestal een afwezige persoon of een verpersoonlijkt voorwerp of idee
- levendige, harde bestraffende toespraak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apostrofje | verkleinwoord, enkelvoud |
| apostrofjes | verkleinwoord, meervoud |
| apostrofs, apostroffen | meervoud |
Herkomst
[1] In de betekenis van ‘afkappings- of weglatingsteken’ voor het eerst aangetroffen in 1550.
Woordfamilie van apostrof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apostroffen | meervoud | apostrof |
| apostrofje | verkleinwoord | apostrof |
| apostrofjes | verkleinwoord meervoud | apostrof |
| apostrofs | meervoud | apostrof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apostrof zijn vastgelegd.