snuiter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een raar, vreemd persoon
- werktuig lijkend op een schaar om de verbrande pit van kaarsen af te knijpen (de kaars te snuiten)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snuiters | meervoud |
| snuitertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snuitertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vreemd iemand’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van snuiter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snuiters | meervoud | snuiter |
| snuitertje | verkleinwoord | snuiter |
| snuitertjes | verkleinwoord meervoud | snuiter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snuiter zijn vastgelegd.