smart
zelfstandig naamwoord, werkwoord /smɑrt/Betekenis
- het gevoel van lijden
- (van het Engels:) slim
- slim, pienter.
- sluw
- heftig
- toonaangevend
Hoe spreek je smart uit?
/smɑrt/
Smart bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een gevoel van lijden
- een gevoel van fysieke pijn obsolete
- intelligent, slim (met betrekking tot communicerende apparaten)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smarten | meervoud |
| smartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smartjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van smarten
- gebiedende wijs van smarten
Vervoeging van smart
smarthele werkwoord
Herkomst
[1, 2] Van Middelnederlands smerte. In de betekenis van ‘verdriet’ voor het eerst aangetroffen in 1254
Woordfamilie van smart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smartje | verkleinwoord | smart |
| smartjes | verkleinwoord meervoud | smart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smart zijn vastgelegd.