start
zelfstandig naamwoord, werkwoord stɑrtBetekenis
- een begin van iets
- starten
- beginnen
- startfase
- aanvang, begin,
- begin,
- begin; de plek waar iets begint
- begin; het tijdpunt wanneer iets begint
- het opstijgen
- počátek
- odlet
- konec
- přistání
Hoe spreek je start uit?
/stɑrt/
Start bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — masculine
- begin van een wedstrijd
- aanvang, begin, eerste fase van iets in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| startje | verkleinwoord, enkelvoud |
| startjes | verkleinwoord, meervoud |
| starts | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van starten
- gebiedende wijs van starten
Vervoeging van start
starthele werkwoord
Herkomst
van Engels start, doublet met storten.
Woordfamilie van start
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| startje | verkleinwoord | start |
| startjes | verkleinwoord meervoud | start |
| starts | meervoud | start |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van start zijn vastgelegd.