Naar de inhoud

smarten

met (geteerd) zeildoek bekleden.

smarten is meer dan één woord

smarten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

werkwoord

  1. met (geteerd) zeildoek bekleden. transitive
  2. leed of pijn berokkenen transitive

Vervoeging van smarten

smartenhele werkwoord — smartteverleden tijd enkelvoud — smarttenverleden tijd meervoud — gesmartvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smart smartte
jij smart smartte
hij, zij, het smart smartte
wij smarten smartten
jullie smarten smartten
zij smarten smartten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesmart verleden tijd, deelwoord
gesmart te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmart zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smart gebiedende wijs
smarte aanvoegende wijs
smartend onvoltooid, deelwoord
smartte verleden tijd
te hebben gesmart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smarten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord smart

Woordfamilie van smarten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmart voltooid deelwoord smarten
gesmarte woordvorm smarten
smarte aanvoegende wijs smarten
smartend onvoltooid deelwoord smarten
smartende woordvorm smarten
smartte verleden tijd smarten
smartten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smarten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smarten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over smarten

Wat betekent smarten?
Smarten is een werkwoord. Het woord betekent: met (geteerd) zeildoek bekleden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je smarten?
Je vervoegt smarten als volgt: de tegenwoordige tijd is smart, de verleden tijd is smartte en het voltooid deelwoord is gesmart. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smarten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smarten levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

smarten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smarten in het kort

smarten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van smarten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort smarten bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

smarten: met (geteerd) zeildoek bekleden.
Deel smarten — standaardnederlands.nl