Naar de inhoud

zakken

naar beneden gaan

zakken is meer dan één woord

zakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɑkə(n)

Betekenis

  1. naar beneden gaan
  2. niet slagen voor een examen
  3. in elkaar zakken: dood, zwaargewond of door een flauwte op de grond vallen

Hoe spreek je zakken uit?

/ˈzɑkən/

Zakken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzɑkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
ɑ bad
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zakken

zakkenhele werkwoord — zakteverleden tijd enkelvoud — zaktenverleden tijd meervoud — gezaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zak zakte
jij zakt zakte
hij, zij, het zakt zakte
wij zakken zakten
jullie zakken zakten
zij zakken zakten
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezakt verleden tijd, deelwoord
gezakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zak gebiedende wijs
zakke aanvoegende wijs
zakkend onvoltooid, deelwoord
zakte verleden tijd
zal gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zak

Herkomst

van Middelnederlands sacken ww , op te vatten als afgeleid van zak zn met het achtervoegsel -en **[1] in de betekenis van ‘dalen, zinken’ aangetroffen vanaf 1611 **[2] in de betekenis van ‘niet slagen voor een examen’ aangetroffen vanaf 1897 **[4] in de betekenis van 'in de maag doen zakken', 'verzwelgen' aangetroffen vanaf 1486

Woordfamilie van zakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezakt voltooid deelwoord zakken
zakke aanvoegende wijs zakken
zakkend onvoltooid deelwoord zakken
zakkende woordvorm zakken
zakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zakken
zakte verleden tijd zakken
zakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zakken

Hoe spreek je zakken uit?
De uitspraak van zakken is: /ˈzɑkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent zakken?
Zakken is een werkwoord. Het woord betekent: naar beneden gaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zakken?
Je vervoegt zakken als volgt: de tegenwoordige tijd is zak, de verleden tijd is zakte en het voltooid deelwoord is gezakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zakken?

Er staan 46 woorden in dit woordenboek die op zakken rijmen, waaronder bakken, pakken en slabakken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zakken, uitspraak ˈzɑkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bakken 2
pakken 2
slabakken 3
hakken 2
smakken 2
tabakken 3
prakken 2
makken 2
verpakken 3
koekenbakken 4
gakken 2
vertakken 3
aangebakken 4
afvalbakken 4
ankerbakken 4
berkentakken 4
bosniakken 4
controlemaniakken 7
djakken 2
doedelzakken 4
eendenwakken 4
gebakken 3
hardgebakken 4
heesterslakken 4
ingebakken 4
kakkerlakken 4
kazakken 3
keverslakken 4
kozakken 3
krakken 2
krultabakken 4
ontlakken 3
opbergvakken 5
opbergzakken 5
pitjesbakken 4
polakken 3
pottenbakken 4
sjeimesbakken 4
sparrentakken 4
stekelslakken 4
Nog 6 rijmwoorden
takken 2
verzamelbakken 5
vlooienzakken 4
voorraadbakken 4
wereldvlakken 4
wormslakken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zakken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zakken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zakken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zakken in het kort

zakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zakken zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zakken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zakken: naar beneden gaan
Deel zakken — standaardnederlands.nl