Naar de inhoud

smikkelen

met smaak en genoegen eten

smikkelen

werkwoord

Betekenis

  1. met smaak en genoegen eten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van smikkelen

smikkelenhele werkwoord — smikkeldeverleden tijd enkelvoud — smikkeldenverleden tijd meervoud — gesmikkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smikkel smikkelde
jij smikkelt smikkelde
hij, zij, het smikkelt smikkelde
wij smikkelen smikkelden
jullie smikkelen smikkelden
zij smikkelen smikkelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesmikkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesmikkeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesmikkeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesmikkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesmikkeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesmikkeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesmikkeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesmikkeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmikkeld verleden tijd, deelwoord
gesmikkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmikkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmikkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmikkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmikkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmikkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smikkel gebiedende wijs
smikkelde verleden tijd
smikkele aanvoegende wijs
smikkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesmikkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smikkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmikkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smikkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmikkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smikkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘snoepen’ voor het eerst aangetroffen in 1898

Woordfamilie van smikkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmikkeld voltooid deelwoord smikkelen
smikkelde verleden tijd smikkelen
smikkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smikkelen
smikkele aanvoegende wijs smikkelen
smikkelend onvoltooid deelwoord smikkelen
smikkelende woordvorm smikkelen
smikkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smikkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smikkelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over smikkelen

Wat is de betekenis van smikkelen?
Smikkelen is een werkwoord. De betekenis is: met smaak en genoegen eten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik smikkelen?
Zo vervoeg je smikkelen zo: de tegenwoordige tijd is smikkel, de verleden tijd is smikkelde en het voltooid deelwoord is gesmikkeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smikkelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. I 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smikkelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. I 2
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

smikkelen in het kort

smikkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van smikkelen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smikkelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smikkelen: met smaak en genoegen eten
Deel smikkelen — standaardnederlands.nl