verpakken
werkwoord vərˈpɑkə(n)Betekenis
- in een beschermende omhulling doen
Hoe spreek je verpakken uit?
/vərˈpɑkən/
Verpakken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verpakken
verpakkenhele werkwoord — verpakteverleden tijd enkelvoud — verpaktenverleden tijd meervoud — verpaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verpak | verpakte |
| jij | verpakt | verpakte |
| hij, zij, het | verpakt | verpakte |
| wij | verpakken | verpakten |
| jullie | verpakken | verpakten |
| zij | verpakken | verpakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verpakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verpakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verpakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verpakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verpakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verpakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verpakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verpakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verpakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verpakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verpakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verpakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verpakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verpakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verpakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verpakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpak | gebiedende wijs |
| verpakke | aanvoegende wijs |
| verpakkend | onvoltooid, deelwoord |
| verpakt | verleden tijd, deelwoord |
| verpakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verpakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verpakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verpakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verpakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verpakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verpakte | verleden tijd |
| waart verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verpakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verpakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verpakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verpakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verpakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verpakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verpakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verpakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verpakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verpakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verpakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verpakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verpakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verpakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verpakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van pakken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verpakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verpak | gebiedende wijs | verpakken |
| verpakke | aanvoegende wijs | verpakken |
| verpakkend | onvoltooid deelwoord | verpakken |
| verpakkende | woordvorm | verpakken |
| verpakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verpakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verpakken zijn vastgelegd.