Naar de inhoud

pakken

in de handen nemen

pakken is meer dan één woord

pakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɑkə(n)

Betekenis

  1. in de handen nemen
  2. gevangen nemen
  3. te pakken krijgen: contact met iemand kunnen maken

Hoe spreek je pakken uit?

/ˈpɑkən/

Pakken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɑkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɑ bad
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door het weloverwogen vullen of laden met spullen gereedmaken om op reis mee te nemen transitive

Vervoeging van pakken

pakkenhele werkwoord — pakteverleden tijd enkelvoud — paktenverleden tijd meervoud — gepaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pak pakte
jij pakt pakte
hij, zij, het pakt pakte
wij pakken pakten
jullie pakken pakten
zij pakken pakten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepakt verleden tijd, deelwoord
gepakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pak gebiedende wijs
pakke aanvoegende wijs
pakkend onvoltooid, deelwoord
pakte verleden tijd
te hebben gepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pak

Herkomst

van Middelnederlands packen, op te vatten als afgeleid van pak zn met het achtervoegsel -en **[1] in de betekenis van ‘grijpen’ aangetroffen vanaf 1660

Woordfamilie van pakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepakt voltooid deelwoord pakken
gepakte woordvorm pakken
pakke aanvoegende wijs pakken
pakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pakken
pakte verleden tijd pakken
pakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pakken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pakken

Hoe spreek ik pakken uit?
Zo spreek je pakken uit: /ˈpɑkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van pakken?
Pakken is een werkwoord. De betekenis is: in de handen nemen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik pakken?
Zo vervoeg je pakken zo: de tegenwoordige tijd is pak, de verleden tijd is pakte en het voltooid deelwoord is gepakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pakken?

Op pakken rijmen 46 woorden, onder andere bakken, zakken en slabakken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pakken, uitspraak ˈpɑkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bakken 2
zakken 2
slabakken 3
hakken 2
smakken 2
tabakken 3
prakken 2
makken 2
verpakken 3
koekenbakken 4
gakken 2
vertakken 3
aangebakken 4
afvalbakken 4
ankerbakken 4
berkentakken 4
bosniakken 4
controlemaniakken 7
djakken 2
doedelzakken 4
eendenwakken 4
gebakken 3
hardgebakken 4
heesterslakken 4
ingebakken 4
kakkerlakken 4
kazakken 3
keverslakken 4
kozakken 3
krakken 2
krultabakken 4
ontlakken 3
opbergvakken 5
opbergzakken 5
pitjesbakken 4
polakken 3
pottenbakken 4
sjeimesbakken 4
sparrentakken 4
stekelslakken 4
Nog 6 rijmwoorden
takken 2
verzamelbakken 5
vlooienzakken 4
voorraadbakken 4
wereldvlakken 4
wormslakken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pakken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pakken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pakken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pakken in het kort

pakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van pakken staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pakken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pakken: in de handen nemen
Deel pakken — standaardnederlands.nl