sluiter
zelfstandig naamwoord ˈslœytərBetekenis
- een element van een fotocamera dat voorkomt dat er licht op de film (en soms ook bij CCD) valt buiten de belichtingstijd van een foto
- iemand die sluit
Hoe spreek je sluiter uit?
/ˈslœytər/
Sluiter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sluiters | meervoud |
| sluitertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sluitertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van sluiten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van sluiter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sluiters | meervoud | sluiter |
| sluitertje | verkleinwoord | sluiter |
| sluitertjes | verkleinwoord meervoud | sluiter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluiter zijn vastgelegd.