Naar de inhoud

schroeven

vastdraaien van een of meer bouten, met behulp van een schroefdraad vastzetten

schroeven is meer dan één woord

schroeven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxruvə(n)

Betekenis

  1. vastdraaien van een of meer bouten, met behulp van een schroefdraad vastzetten

Hoe spreek je schroeven uit?

/ˈsxruvən/

Schroeven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxruvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
r rood
u boek
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schroeven

schroevenhele werkwoord — schroefdeverleden tijd enkelvoud — schroefdenverleden tijd meervoud — geschroefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schroef schroefde
jij schroeft schroefde
hij, zij, het schroeft schroefde
wij schroeven schroefden
jullie schroeven schroefden
zij schroeven schroefden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschroefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschroefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschroefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschroefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschroefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschroefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschroefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschroefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschroefd verleden tijd, deelwoord
geschroefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschroefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschroefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschroefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschroefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschroefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschroefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschroefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschroefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschroefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schroef gebiedende wijs
schroefde verleden tijd
schroeve aanvoegende wijs
schroevend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschroefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schroeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschroefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschroefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschroefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschroefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschroefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschroefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschroefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschroefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schroeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schroeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschroefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschroefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschroefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schroeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schroef

Herkomst

ww: van Middelnederlands schroeven, op te vatten als schroef zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van schroeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschroefd voltooid deelwoord schroeven
geschroefde woordvorm schroeven
schroefde verleden tijd schroeven
schroefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schroeven
schroeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schroeven
schroeve aanvoegende wijs schroeven
schroevend onvoltooid deelwoord schroeven
schroevende woordvorm schroeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schroeven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schroeven

Hoe spreek ik schroeven uit?
Zo spreek je schroeven uit: /ˈsxruvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van schroeven?
Schroeven is een werkwoord. De betekenis is: vastdraaien van een of meer bouten, met behulp van een schroefdraad vastzetten.
Hoe vervoeg ik schroeven?
Zo vervoeg je schroeven zo: de tegenwoordige tijd is schroef, de verleden tijd is schroefde en het voltooid deelwoord is geschroefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schroeven?

In dit woordenboek rijmen 8 woorden op -oeven op schroeven, zoals hoeven, bedroeven en behoeven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schroeven, uitspraak ˈsxruvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hoeven 2
bedroeven 3
behoeven 3
proeven 2
moven 2
doorgroeven 3
snoeven 2
troeven 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schroeven is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schroeven levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schroeven in het kort

schroeven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van schroeven staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schroeven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schroeven: vastdraaien van een of meer bouten, met behulp van een schroefdraad vastzetten
Deel schroeven — standaardnederlands.nl