Naar de inhoud

hoeven

niet ~ (te): alleen negatief: niet verplicht zijn

hoeven is meer dan één woord

hoeven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈhuvə(n)

Betekenis

  1. niet ~ (te): alleen negatief: niet verplicht zijn
  2. met een indirect negatief element

Hoe spreek je hoeven uit?

/ˈhuvən/

Hoeven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhuvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
u boek
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hoeven

hoevenhele werkwoord — hoefdeverleden tijd enkelvoud — hoefdenverleden tijd meervoud — gehoefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hoef hoefde
jij hoeft hoefde
hij, zij, het hoeft hoefde
wij hoeven hoefden
jullie hoeven hoefden
zij hoeven hoefden
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehoefd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoefd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehoefd verleden tijd, deelwoord
gehoeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehoeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehoeven verleden tijd, deelwoord
gehoeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gehoeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gehoeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
gehoeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gehoeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gehoeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gehoeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gehoeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gehoeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gehoeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gehoeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gehoeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gehoeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehoeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehoeven(gehoefd) verleden tijd, deelwoord
had gehoefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehoefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehoefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehoefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehoefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hoef gebiedende wijs
hoefde verleden tijd
hoeve aanvoegende wijs
hoevend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehoefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hoeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hoeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoefd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehoefd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehoefd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoefd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehoefd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehoefd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehoefd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehoefd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehoefd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehoefd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehoefd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehoefd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehoefd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hoeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehoefd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hoef

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hoeve

Herkomst

In de betekenis van ‘nodig hebben of zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588

Woordfamilie van hoeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehoeven active, infinitive, voltooid, tegenwoordige tijd, short-form hoeven
hoefde verleden tijd hoeven
hoefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hoeven
hoeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hoeven
hoevend onvoltooid deelwoord hoeven
hoevende woordvorm hoeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hoeven

Hoe spreek ik hoeven uit?
Zo spreek je hoeven uit: /ˈhuvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van hoeven?
Hoeven is een werkwoord. De betekenis is: niet ~ (te): alleen negatief: niet verplicht zijn. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hoeven?
Zo vervoeg je hoeven zo: de tegenwoordige tijd is hoef, de verleden tijd is hoefde en het voltooid deelwoord is gehoefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hoeven?

Hoeven rijmt op 8 woorden op -oeven; bedroeven, behoeven en proeven bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hoeven, uitspraak ˈhuvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bedroeven 3
behoeven 3
proeven 2
schroeven 2
moven 2
doorgroeven 3
snoeven 2
troeven 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hoeven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hoeven levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hoeven telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hoeven in het kort

hoeven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hoeven staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hoeven bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hoeven: niet ~ (te): alleen negatief: niet verplicht zijn
Deel hoeven — standaardnederlands.nl