bedroeven
werkwoord bəˈdruvə(n)Betekenis
- triest stemmen, verdriet aandoen
Hoe spreek je bedroeven uit?
/bəˈdruvən/
Bedroeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| u | boek |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bedroeven
bedroevenhele werkwoord — bedroefdeverleden tijd enkelvoud — bedroefdenverleden tijd meervoud — bedroefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedroef | bedroefde |
| jij | bedroeft | bedroefde |
| hij, zij, het | bedroeft | bedroefde |
| wij | bedroeven | bedroefden |
| jullie | bedroeven | bedroefden |
| zij | bedroeven | bedroefden |
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedroef | gebiedende wijs |
| bedroefd | verleden tijd, deelwoord |
| bedroefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedroefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedroefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedroefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedroefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedroefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedroefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedroefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedroefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedroefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedroefde | verleden tijd |
| bedroeft | tegenwoordige tijd |
| bedroeve | aanvoegende wijs |
| bedroevend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedroefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedroefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedroefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedroefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedroefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedroefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedroefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedroefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedroefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedroefd | verleden tijd, deelwoord |
| hebben bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedroeven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedroefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedroeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedroefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedroefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedroefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedroefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedroeven | toekomende tijd |
| zal bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedroefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bedroefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedroefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedroeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bedroefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedroefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedroefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedroeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verdriet aandoen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van bedroeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedroef | gebiedende wijs | bedroeven |
| bedroefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedroeven |
| bedroeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedroeven |
| bedroeve | aanvoegende wijs | bedroeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedroeven zijn vastgelegd.