Naar de inhoud

proeven

onderzoeken hoe iets smaakt

proeven is meer dan één woord

proeven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpruvən

Betekenis

  1. onderzoeken hoe iets smaakt
  2. smaak waarnemen

Hoe spreek je proeven uit?

/ˈpruvən/

Proeven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpruvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
u boek
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van proeven

proevenhele werkwoord — proefdeverleden tijd enkelvoud — proefdenverleden tijd meervoud — geproefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik proef proefde
jij proeft proefde
hij, zij, het proeft proefde
wij proeven proefden
jullie proeven proefden
zij proeven proefden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geproefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geproefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geproefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geproefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geproefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geproefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geproefd verleden tijd, deelwoord
geproefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geproefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geproefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geproefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geproefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geproefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geproefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geproefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geproefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geproefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
proef gebiedende wijs
proefde verleden tijd
proeve aanvoegende wijs
proevend onvoltooid, deelwoord
te hebben geproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te proeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen proeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt proeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen proeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geproefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult proeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord proef

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘keuren door te eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200

Woordfamilie van proeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geproefd voltooid deelwoord proeven
geproefde woordvorm proeven
proefde verleden tijd proeven
proefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon proeven
proeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon proeven
proeve aanvoegende wijs proeven
proevend onvoltooid deelwoord proeven
proevende woordvorm proeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proeven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over proeven

Hoe spreek ik proeven uit?
Zo spreek je proeven uit: /ˈpruvən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van proeven?
Proeven is een werkwoord. De betekenis is: onderzoeken hoe iets smaakt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik proeven?
Zo vervoeg je proeven zo: de tegenwoordige tijd is proef, de verleden tijd is proefde en het voltooid deelwoord is geproefd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op proeven?

Op proeven rijmen 8 woorden, onder andere hoeven, bedroeven en behoeven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op proeven, uitspraak ˈpruvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hoeven 2
bedroeven 3
behoeven 3
schroeven 2
moven 2
doorgroeven 3
snoeven 2
troeven 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord proeven is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

proeven levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

proeven telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

proeven in het kort

proeven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van proeven staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort proeven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

proeven: onderzoeken hoe iets smaakt
Deel proeven — standaardnederlands.nl