behoeven
werkwoord /bəˈhuvə(n)/Betekenis
- moeten
- nodig hebben
Hoe spreek je behoeven uit?
/bəˈhuvən/
Behoeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| u | boek |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van behoeven
behoevenhele werkwoord — behoefdeverleden tijd enkelvoud — behoefdenverleden tijd meervoud — behoefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behoef | behoefde |
| jij | behoeft | behoefde |
| hij, zij, het | behoeft | behoefde |
| wij | behoeven | behoefden |
| jullie | behoeven | behoefden |
| zij | behoeven | behoefden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| behoef | gebiedende wijs |
| behoefd | verleden tijd, deelwoord |
| behoefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behoefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behoefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behoefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behoefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behoefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behoefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behoefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behoefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behoefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behoefde | verleden tijd |
| behoeve | aanvoegende wijs |
| behoevend | onvoltooid, deelwoord |
| ben behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is behoefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was behoefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd behoefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt behoefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal behoefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal behoefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou behoefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou behoefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had behoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had behoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden behoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden behoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behoefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te behoeven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben behoefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen behoeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was behoefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was behoefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was behoefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt behoefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt behoefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt behoefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt behoefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behoefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behoeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult behoefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behoefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behoefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behoeven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘nodig hebben of zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1201
Woordfamilie van behoeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behoef | gebiedende wijs | behoeven |
| behoefd | voltooid deelwoord | behoeven |
| behoefde | verleden tijd | behoeven |
| behoefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | behoeven |
| behoeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | behoeven |
| behoeve | aanvoegende wijs | behoeven |
| behoevend | onvoltooid deelwoord | behoeven |
| behoevende | woordvorm | behoeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behoeven zijn vastgelegd.