moven
werkwoord ˈmuvə(n)Betekenis
- weggaan.
- aan de kant gaan
Hoe spreek je moven uit?
/ˈmuvən/
Moven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| u | boek |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van moven
movenhele werkwoord — movedeverleden tijd enkelvoud — movedenverleden tijd meervoud — gemovedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | move | movede |
| jij | movet | movede |
| hij, zij, het | movet | movede |
| wij | moven | moveden |
| jullie | moven | moveden |
| zij | moven | moveden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemoved | verleden tijd, deelwoord |
| gemoved te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemoved zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemoved | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemoved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemoved | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemoved | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemoved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemoved | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemoved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemoved | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemoved | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| move | gebiedende wijs |
| move | aanvoegende wijs |
| movede | verleden tijd |
| movend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemoved | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te moven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen moven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemoved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt moven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen moven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemoved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult moven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘weg wezen’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van moven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemoved | voltooid deelwoord | moven |
| move | gebiedende wijs | moven |
| movede | verleden tijd | moven |
| moveden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | moven |
| movend | onvoltooid deelwoord | moven |
| movende | woordvorm | moven |
| movet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | moven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moven zijn vastgelegd.