schaaf
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxafBetekenis
- een werktuig om dunne plakjes van een materiaal af te snijden.
Hoe spreek je schaaf uit?
/sxaf/
Schaaf bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken#:*Het werken met een schaaf geeft veel houtkrullen als afval.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaafjes | verkleinwoord, meervoud |
| schaven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaven
- gebiedende wijs van schaven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaven
Vervoeging van schaaf
schaafhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van schaaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaafje | verkleinwoord | schaaf |
| schaafjes | verkleinwoord meervoud | schaaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaaf zijn vastgelegd.