schaafsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- houtkrul die vrijkomt door het effen schaven van een plank
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaafsels | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schaven met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van schaafsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaafsels | meervoud | schaafsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaafsel zijn vastgelegd.