Naar de inhoud

schaven

gladmaken door middel van een schaaf

schaven is meer dan één woord

schaven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. gladmaken door middel van een schaaf
  2. verwonden door wegscheuring van de huid
  3. door middel van een schaaf in plakjes snijden
  4. met een schaaf bezig zijn
  5. verfijnen, elegant maken

Vervoeging van schaven

schavenhele werkwoord — schaafdeverleden tijd enkelvoud — schaafdenverleden tijd meervoud — geschaafdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaaf schaafde
jij schaaft schaafde
hij, zij, het schaaft schaafde
wij schaven schaafden
jullie schaven schaafden
zij schaven schaafden
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschaafd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschaafd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschaafd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschaafd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschaafd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschaafd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschaafd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschaafd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschaafd verleden tijd, deelwoord
geschaafd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschaafd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschaafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschaafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschaafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschaafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschaafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschaafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschaafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaaf gebiedende wijs
schaaf me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schaaf u/je , schaaft je gebiedende wijs
schaafde verleden tijd
schaafde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schaafde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
schaafde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
schaafde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schaafde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
schaafde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
schaafde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schaafden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
schaafden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
schaafden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
schaaft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schaaft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schaaft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schaaft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
schaaft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
schaaft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schave aanvoegende wijs
schave zich aanvoegende wijs
schaven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schaven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schaven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
schavend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschaafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schaven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schaven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me schaven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich schaven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je schaven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geschaafd hebben verleden tijd
zich schavend onvoltooid, deelwoord
zou geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschaafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schaven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je schaven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons schaven eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen schaven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich schaven derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult geschaafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schaven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u schaven tweede persoon
zult u schaven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u schaven tweede persoon
zult zich/u schaven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schaaf

Herkomst

In de betekenis van ‘gladmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van schaven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schaafde verleden tijd schaven
schaafden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schaven
schaaft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schaven
schave aanvoegende wijs schaven
schavend onvoltooid deelwoord schaven
schavende woordvorm schaven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schaven

Wat is de betekenis van schaven?
Schaven is een werkwoord. De betekenis is: gladmaken door middel van een schaaf. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schaven?
Zo vervoeg je schaven zo: de tegenwoordige tijd is schaaf, de verleden tijd is schaafde en het voltooid deelwoord is geschaafd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schaven is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schaven levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 124 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 124 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

schaven telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

schaven in het kort

schaven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schaven staan er 68 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schaven bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schaven: gladmaken door middel van een schaaf
Deel schaven — standaardnederlands.nl