zoeaaf
zelfstandig naamwoord zuˈwafBetekenis
- een soldaat van een historisch legeronderdeel van Frankrijk dat oorspronkelijk uit Kabylische Berbers bestond
Hoe spreek je zoeaaf uit?
/zuˈwaf/
Zoeaaf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| u | boek |
| w | quiz |
| a | maan |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- soldaat van een historisch legeronderdeel van Frankrijk dat oorspronkelijk uit Algerijnse Berbers bestond
- lid van de Vaticaanse ordedienst, gevormd uit rooms-katholieke jongemannen die als vrijwilliger werden geworven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoeaafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoeaafjes | verkleinwoord, meervoud |
| zoeaven | meervoud |
| zouaaf |
Herkomst
geoniem, via Frans zouave en Arabisch زَوَاوِيّ zn (zwāwa) van Kabylisch Igawawen en , de naam van de Noord-Afrikaanse stam waaruit deze troepen oorspronkelijk werden gerecruteerd **[1] in de betekenis van ‘Frans infanteriesoldaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855 **[2] bij uitbreiding in de betekenis van ‘lid van de Vaticaanse ordedienst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863
Woordfamilie van zoeaaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoeaafje | verkleinwoord | zoeaaf |
| zoeaafjes | verkleinwoord meervoud | zoeaaf |
| zoeaven | meervoud | zoeaaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoeaaf zijn vastgelegd.