octaaf
zelfstandig naamwoord ɔkˈtafBetekenis
- de achtste trap van een diatonische toonladder
- het interval tussen twee tonen, waarvoor geldt dat de frequentie van de tweede toon precies het dubbele, of de helft, is van die van de eerste
- een reeks van twaalf tonen van “c” tot en met “b”
- gedicht van acht versregels
- een periode van acht dagen waarmee de viering van een hoogfeest kan worden verlengd
Hoe spreek je octaaf uit?
/ɔkˈtaf/
Octaaf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| k | kat |
| t | tak |
| a | maan |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| octaafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| octaafjes | verkleinwoord, meervoud |
| octaven | meervoud |
Herkomst
leenwoord uit het Frans; in de betekenis van ‘achtste toon van de grondtoon af’; voor het eerst aangetroffen in 1601
Woordfamilie van octaaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| octaafje | verkleinwoord | octaaf |
| octaafjes | verkleinwoord meervoud | octaaf |
| octaven | meervoud | octaaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van octaaf zijn vastgelegd.